FIV bij katten

Wat is FIV?

FIV staat voor Feliene Immunodeficientie Virus en is te vergelijken met de humane variant HIV, het Humane Immunodeficiëntivirus.
FIV, ook wel kattenaids genoemd, is een soortspecifiek virus; dit wil zeggen dat het enkel besmettelijk is voor katten. Voor andere huisdieren (hond, konijn, …) of de mens, is het niet besmettelijk.

FIV ontwikkelt zich erg traag, waardoor het virus meerdere jaren in het lichaam van de kat aanwezig kan zijn zonder dat de kat ziek is. Het virus nestelt zich bij voorkeur in de afweercellen van de kat. Dit zorgt voor een verminderde afweer of weerstand, waardoor aidskatjes vatbaarder zijn voor virussen of andere aandoeningen. Bij FIV-katjes worden bijvoorbeeld vaker tandproblemen gezien dan bij andere katjes.

Hoe raakt een kat besmet met FIV?

FIV zit in het speeksel van een besmette kat. Als een kat met FIV een andere kat bijt, wordt het virus als het ware in het bloed van de andere kat geïnjecteerd. Dit is de belangrijkste manier waarop FIV wordt overgedragen. Katten die vaker vechten, zoals niet-gecastreerde katers die buiten leven, lopen dus ook een hoger risico om besmet te geraken met FIV. Ook tijdens het paren gaan katers vaak een kattin bijten, wat tot een besmetting kan leiden.

Kittens kunnen het virus krijgen van hun besmette moederkat, zowel tijdens de dracht, als na de geboorte, via de melk. Kittens kunnen getest worden 2 maanden na het laatste contact met hun besmette moeder. Als een kitten positief test, wordt aangeraden om na de leeftijd van 6 maanden opnieuw te testen. Pas bij een positieve test na 6 maanden leeftijd, ben je zeker van een besmetting.

Een laatste mogelijke manier om het virus over te brengen, is via het sperma. FIV is aanwezig in sperma en kan dus, net als HIV bij de mens, worden overgedragen tijdens het paren. In tegenstelling tot bij de mens, is dit niet de belangrijkste manier van overdragen, maar het is wel mogelijk.

Belangrijk om op te merken: FIV is NIET besmettelijk voor mensen. Als een FIV-positieve kat een mens bijt, houdt dit GEEN risico in voor overdracht van het virus. Hier bestaan nog vaak, maar volledig onterecht, misverstanden rond.

teddy
ronald
nestor
Verzorging van een FIV katje

Als een kat besmet is met FIV, dan is de kat besmet voor de rest van zijn of haar kattenleven. Een kat kan dus niet ‘genezen’ van FIV. Vergis je echter niet, ook FIV-katjes kunnen nog meerdere jaren in goede gezondheid leven! Ook FIV-katjes kunnen van ouderdom sterven, alles hangt af van een goede verzorging en medische opvolging.

Een goede verzorging is voor elke kat uiteraard nodig, maar bij FIV-katjes dubbel zo belangrijk. Zorg voor een kwaliteitsvolle voeding, let goed op de goede onderlinge relaties als meerdere katjes samenleven, zorg voor een optimale leefomgeving met zo weinig mogelijk stress.

Ga regelmatig (jaarlijks tot halfjaarlijks) op medische controle bij je dierenarts. Van zodra je bij een katje met FIV iets opmerkt: aarzel niet en ga meteen naar je dierenarts.  

Als dit correct gebeurt, dan kan een FIV-katje even oud worden als een katje zonder FIV. Zoals gezegd, FIV is een traag virus en als de kat in een goede conditie blijft, dan krijgt het virus niet snel de kans om op te flakkeren.

Het is daarbij ook van groot belang dat je vermijdt dat FIV-katjes in contact komen met andere katten. Andere katten kunnen ziektes bij zich dragen, wat voor een FIV-katje een groter probleem kan vormen, gezien zijn/haar gedaalde weerstand. Als een FIV-katje bovendien in een gevecht verwikkeld geraakt, kan hij/zij weer een andere kat met FIV besmetten. HOU FIV-KATJES DUS BINNEN! Het is van groot belang voor hun eigen gezondheid en voor de gezondheid van andere katten in de omgeving.

Vaccineren/ titeren 

Bij een vaccinatie wordt de afweer van een dier eigenlijk een beetje uitgedaagd. Bij een ‘normaal’ katje zonder gezondheidsklachten, is dit geen probleem. Echter, zoals we hierboven reeds hebben uitgelegd, kan het zijn dat de afweer van een katje met FIV wat minder goed is dan bij een normaal katje. Daarom vaccineren wij uitsluitend wanneer het echt nodig is.

Dit doen we door onze FIV-katjes te gaan ‘titeren’. Dit betekent dat we gaan kijken of een katje nog voldoende antistoffen heeft tegen bepaalde ziektes. Als er nog voldoende antistoffen aanwezig zijn, betekent dit dat de afweer tegen deze ziektes nog voldoende is. Een vaccinatie is dan niet nodig. Zijn er te weinig antistoffen (de ‘titer’ is te laag), dan is een vaccinatie wel nodig.

Deze controle wordt best jaarlijks uitgevoerd, nog een reden om regelmatig op dierenartsenbezoek te gaan!

piraat

Heb je na het lezen van deze info verdere vragen over FIV-katjes? Neem dan contact op via info@cattitude.be
We helpen je graag verder!